Menno de Bruyne is voorlichter bij de SGP Tweede Kamerfractie. Op deze plek geeft hij een kijkje achter de schermen van het hof en het Binnenhof

 Mennobelgie
Het schiet niet echt op in België. Al meer dan een jaar proberen onze zuiderburen een kabinet in elkaar te sleutelen. Een absoluut record! Koning Albert zit dan ook met z’n handen in z’n haar.

Op papier ziet de Belgische koning er overigens indrukwekkend uit. De Grondwet dicht hem heel wat bevoegdheden toe. Zoals: ‘De Koning voert het bevel over land- en zeemacht, verklaart de oorlog, sluit de vredesverdragen, de verdragen van bondgenootschap en de handelsverdragen.’ Of: ‘De Koning heeft het recht de door de rechters uitgesproken straffen kwijt te schelden of te verminderen.’ En, gezien de huidige politieke perikelen, het belangrijkst: ‘De Koning benoemt en ontslaat zijn ministers.’

Als je deze tekst letterlijk neemt, kan koning Albert gewoon z’n gang gaan en zelf een paar ministers benoemen. Maar dat is slechts een papieren werkelijkheid, theorie. De praktijk is anders, want de Belgische Grondwet dicteert óók: ‘De persoon des Konings in onschendbaar; zijn ministers zijn verantwoordelijk.’ Kort en goed komt deze formule erop neer dat de Belgische koning, net als de Nederlandse koningin, niets kan doen buiten de ministers om.

Grosso modo is de positie van koning Albert tijdens de kabinetsformatie vergelijkbaar met die van onze koningin Beatrix. Albert moet boven de partijen staan. Zijn taak is het om bij de vorming van een nieuwe regering op te treden als ‘arbiter’, die in lijn met de uitslag van de verkiezingen, een ‘verkenner’ of formateur op pad stuurt om een nieuw kabinet te formeren. Dat doet hij na advies te hebben ingewonnen van de politieke voormannen en -vrouwen. Alleen als de politiek zelf er niet uitkomt, ontstaat er wat meer speelruimte voor de vorst. Dan kan zijn gezag en prestige nét beslissend zijn om de formatie over een dood punt heen te helpen. Helaas werkt dat niet altijd, zoals dezer dagen blijkt. Al een paar keer heeft koning Albert min of meer persoonlijk geprobeerd om de formatie vlot te (laten) trekken, maar tot nu toe vergeefs.

Complicerend voor Albert is natuurlijk de altijd en immer opspelende Vlaamse en Waalse twisten. België valt  angzaam maar zeker uit elkaar. Enerzijds geeft dat ’s Konings rol als ‘samenbinder’ reliëf. Net als zijn voorganger en broer Boudewijn (bij diens overlijden ‘de laatste Belg’ genoemd), probeert Albert een matigende invloed uit te oefenen. In zijn redevoeringen verwijst hij consequent naar de Belgische wapenspreuk ‘Eendracht maakt macht’, al dan niet gepaard gaand met openlijke of bedekte waarschuwingen tegen gevaarlijk en desastreus ‘separatisme’. Heel mooi is de positie van de Belgische vorst beschreven door de Belgische historicus Jean Stengers: ‘De Koning blijft, ondanks de toenemende verdeeldheid, een moreel – subtiel – element van eenheid. Sommige buitenlanders geloven dat het behoud van de Belgische eenheid verbonden is met de persoon van de Koning. Dat is wel erg naïef. Hij is tenslotte slechts één stuk op het schaakbord. Maar op het schaakbord is de Koning natuurlijk wel een erg belangrijk stuk.’

Dat klopt. Maar als de andere schaakstukken niet van hun plaats komen, kan de koning geen kant op.