Durf_nietSommige dingen kun je vrij gemakkelijk beloven. Ook al besef je: zo de Heere wil en ik leef. Het is prachtig om goede dingen te beloven, maar houd je je er ook aan? Je kunt spontaan beloven dat je nog eens komt om door te praten over iets, maar wat heeft een ander eraan wanneer je dat niet waarmaakt? Kun je dan maar beter nooit iets beloven?

Wanneer je je niet aan je belofte(n) houdt tegenover mensen, kun je denken: het zijn ook maar mensen. Zij schieten vast ook weleens tekort. Of moet je zorgvuldiger omgaan met je naasten? En denken: beloofd is beloofd! Toch is het soms moeilijk om je aan je eigen beloftes te houden. Als je faalt, kun je dan maar beter niets beloven omdat je die belofte toch niet na kunt komen?

Het kan ook gebeuren dat je op een bepaald moment iets belooft, maar dat je een poosje later zegt: ja, dat was toen. Nu denk ik er anders over. Het zal je toch maar overkomen dat iemand het ene moment tegen je zegt: ik hou van jou. Maar op een ander moment met de mededeling komt: nu is het over. En alles wat ik je toen beloofde, daar voel ik me niet meer aan gebonden.

 

Trouw(en) of niet?

Je ziet om je heen dat er nogal wat scheidingen zijn. Stel dat je vader en je moeder uit elkaar gaan, zou je dan wel de moed hebben om met je vriend(in) te trouwen en hem of haar trouw te beloven? Je belooft immers trouw totdat de dood scheiding aanbrengt, zoals het bij de bevestiging van een huwelijk in de kerk klinkt.

Sommigen deinzen ervoor terug om levenslang trouw te beloven. Dat is begrijpelijk. En toch… Toch trouwen er nog veel jonge mensen. Soms na een (te) korte tijd, meer dan eens na een lange en goede verkeringsperiode.

 

Aan God beloven

Uit gesprekken met jongeren om je heen blijkt dat zij geen belijdenis durven doen, zelfs al zouden ze dit willen. Ze zien er tegenop om aan God en aan Zijn gemeente te beloven dat zij de Heere zullen dienen. Ze schrikken terug voor zo’n grote verantwoordelijkheid. Misschien is dat ook de reden dat jij geen belijdenis des geloofs af durft leggen. Je weet niet of je deze belofte kunt nakomen, te meer omdat je anderen die belijdenis deden ziet afhaken.

 

God is getrouw

Je weet hoe zwak je bent. Vooral omdat je erachter bent gekomen dat je zo vaak zondigt.

Toch belijd je aan de Heere van harte je zonden en vraag je om vergeving. Dat meen je dan oprecht. Ik wil het morgen niet meer, dat is je overtuiging. Maar, vraag je jezelf af, zou ik dan wel sterk genoeg tegen de zonde strijden? Is het dan wel eerlijk om vergeving te vragen? Vooral om aan de Heere te beloven dat je dit kwaad niet meer zult doen?

Je weet intussen dat je het goede, dat je wilt doen, niet volbrengt en dat je het kwade, dat je niet wilt, toch doet. Je bent het eens met wat Paulus daarover in Romeinen 7 belijdt.

Daarom durf je niet zo sterk aan God te beloven dat je de(ze) zonde niet meer zult doen. Enige zelfkennis maakt je voorzichtig.

Maar wees nu eerlijk. Als je veel van elkaar houdt, wil je de ander niet zeer doen. Als je er echt spijt van hebt en om vergeving vraagt, beloof je toch met heel je hart dat je dit voortaan niet meer zult doen! Zou je dan aan de Heere niet beloven dat je uit liefde tot Hem het kwaad niet meer zult doen en tegen de zonde wilt strijden? Je kunt toch aan de Heere vragen of Hij je vast wil houden, net zoals Jezus de zwakke Petrus vasthield door Zijn gebed. Wat een troost bevatte Zijn woorden: ‘Ik heb voor u gebeden!’

 

Toch beloven

In de Bijbel zie je dat diverse mensen uitdrukkelijk iets aan God beloven. Niet omdat ze dit zo gemakkelijk vinden. Denk maar aan Jozua, die tegen Israël zegt dat het de Heere niet kan dienen. Toch belijdt hij zelf: ‘Ik en mijn huis, wij zullen de Heere dienen.’

Vooral in de psalmen zien we dat de dichters, die zichzelf zo kennen en hun tekortkomingen hartelijk belijden, met vrijmoedigheid uitspreken dat zij voor de Heere zullen leven. In de psalmen lees je heel vaak: ik zal … Ga dat maar eens na. Denk alleen maar aan Psalm 119, waar voluit wordt beleden: ‘Ik zal, o God, bepeinzen Uwe wet, in ’t onderzoek van Uw bevelen waken.’

Denk ook aan wat verder in deze psalm staat, als een eed die we vaker in de kerkdiensten zingen: ‘Ik zwoer en zal dit met een blij gemoed, bevestigen in al mijn levensjaren, dat ik uw wet, die heilig is en goed, door uw gena bestendig zal bewaren.’

In dezelfde psalm horen we belijden: ‘Gelijk een schaap heb ik gedwaald in ’t rond!’

Met andere woorden: de dichter is ervan overtuigd dat hij zo zwak is dat als de goede Herder hem niet opzoekt en vasthoudt, er niets van hem terecht zal komen. En toch belijdt hij van harte: ‘Mijn ziel bewaart uw trouw getuigenis; dat heb ik lief, ook doe ik uw bevelen.’

Zou je dan, uit liefde tot de Heere, Hem niet heel je leven wijden? En ondanks jouw onvermogen om voor Hem te leven overeenkomstig Zijn Woord, Hem oprecht en hartelijk te beloven om ‘te volharden naar uw geboden te horen’?

Stelling: