Artikelen

„Een wonder dat ík iets mocht doen voor zó’n grote Koning”

Door

op

Wie aan zending denkt, denkt meestal aan Afrika, Zuid-Amerika of Azië. Voor oud-zendeling Johan Commelin (75) uit Bodegraven is het duidelijk: de noodzaak van dichter bij huis zending bedrijven neemt alleen maar toe. „Je mag geen steden aan de satan overleveren. Europa is inmiddels één groot zendingsgebied.” Hij blikt terug op zijn leven.

Wie hem over zijn werk spreekt, krijgt direct een belangrijk woord mee: „God werkt voor de zendeling, ondanks de zendeling en – uit genade – ook door de zendeling. Het is voor mij een groot wonder dat ík iets mocht doen voor zó’n grote Koning,” zegt Johan Commelin.

„Je moet bedenken dat, als een zendeling ergens heen gezonden wordt, de Heere hem al voor geweest is! God heeft overal mensen die Hij zalig wil maken. Hij werkt voordat een zendeling ergens komt. De zendeling moet ook niet denken dat de zegen alleen van hém afhangt. God schakelt vaak ook anderen in.

Aan de andere kant wil de Heere wel zendelingen gebruiken als nietige middelen in Zijn hand. Ook daar moet en mag de zendeling zich van bewust zijn. Dat kan alleen maar tot ootmoed en vertrouwen leiden en zal hem er ook toe brengen zijn werk goed te willen doen.”

Het valt niet altijd mee om de boodschap van de Bijbel bij de cultuur van de mensen te laten aansluiten. „De gelijkenis van de verloren zoon vormt altijd wel een goede ingang. We zagen, dat men levende kippen aan een offerpaal had gehangen. Dat gaf een ‘link’ om te spreken over de kruisiging van de Heere Jezus. Het sprak hen aan, dat Hij dat vrijwillig deed voor anderen. Voor zondaren!”

Lees meer over Johan Commelin in de GezinsGids van 14 december 2017.

Aanbevolen

Geef een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *