Artikelen

Hoe Christelijk is Nederland?

Door

op

kruis`Het percentage mensen dat aangeeft geregeld te bidden zegt niet veel over het christelijke en Bijbelse gehalte van ons land´

Op de lijst van jongeren uit zestien Europese landen die regelmatig bidden, staan Nederlandse jongens en meisjes op de vijfde plaats. Dat is een verrassend gegeven.

Betekent dit dat jongeren uit ons land minder onchristelijk zijn dan weleens wordt verondersteld? West-Europa is het meest geseculariseerde deel van de wereld. Dat is een opmerkelijk verschijnsel. Godsdienstsociologen buigen zich over de vraag waarom er zulke grote verschillen zijn tussen bijvoorbeeld Noord-Amerika en West-Europa. Peter van der Veer, als godsdienstsocioloog verbonden aan de universiteit van Utrecht, stelde in 2004 zelfs: ‘Het christendom is op zijn retour in Nederland en West-Europa, maar het is bezig aan een grote opmars in de rest van de wereld.’ In dat geseculariseerde West-Europa staat ons land ook nog eens in de top wat betreft ontkerkelijking. Het periodieke onderzoek ‘God in Nederland’ toont keer na keer aan dat het aantal kerkgangers afneemt. Deze feiten komen op het eerste gezicht niet overeen met de eerste zin van dit artikel, waarin beweerd wordt dat Nederlandse jongeren op de vijfde plaats van boven staan als het om bidden gaat.

 

Er is echter een onderscheid tussen kerkelijkheid en godsdienstigheid. Mede als gevolg van de individualisering hebben steeds minder mensen binding met gevestigde instellingen zoals politieke partijen. Dat geldt zeker ook voor de kerken. Er bestaat een algemene afkeer van kerken. In de beleving van velen zijn dat instellingen waar allerlei plechtigheden plaatsvinden die absoluut niet inspireren. Ambtsdragers die geloofsonderzoek doen, worden gezien als mensen die anderen de maat nemen. De aantrekkelijkheid van de kerk als instituut is helaas nog verder afgenomen door het zedenschandaal dat in de rooms-katholieke kerk diepe sporen trekt. De schokkende informatie is voor velen een bevestiging dat je voor je geloof niet bij de kerk moet zijn. De uitspraak: „ Ik geloof, maar daar heb ik de kerk, de dominee en de pastoor, niet bij nodig,” is in dit opzicht veelzeggend.


Vormen van bidden

De niet-kerkelijke godsdienstigheid  in het bidden. Er is onder jongeren onderzoek gedaan door dr. M. Prins van de Radboud Universiteit naar de vraag hoe ze bidden. Op grond van zijn onderzoek komt hij tot drie vormen: godsdienstig, meditatief en psychologisch. Bij het godsdienstige bidden wordt tot God gebeden. De jongeren die op deze manier bidden, zijn meestal godsdienstig opgevoed. Ze weten dat God een werkelijkheid is, dat Hij de wereld geschapen heeft en deze nog steeds onderhoudt. Ze belijden dat God Zich met het leven van ieder mens bezighoudt.
Jongeren die meditatief bidden, doen dit als een overdenking. Bij voorkeur aan het eind van de dag, in bed, denken ze terug aan alles wat ze die dag hebben meegemaakt. Dat terugblikken doen ze vaak met gesloten ogen. Het is een tijd van stilte en bezinning na een dag vol activiteiten, ontmoetingen en beslismomenten. Ze ervaren die ogenblikken van meditatie als een persoonlijke verrijking. Je wordt beter en sterker door regelmatig tot jezelf in te keren. Voor die overdenking weten ze eigenlijk geen ander woord te bedenken dan ‘bidden’. Het is duidelijk dat er een groot verschil is met religieus bidden. Het meditatieve gebed is geen gebed in de Bijbelse zin van het woord. Het gaat immers in de eerste plaats om een vorm van reflectie, waarbij jongeren bij zichzelf te rade gaan.

De derde vorm van bidden is het psychologische gebed. Jongeren die in psychisch moeilijke omstandigheden verkeren, die in hun nabije omgeving te maken hebben met ernstige ziekte of overlijden, bidden om energie. Hun gebed is vooral ingegeven door de noodzaak van een psychische verandering, waardoor ze beter met die problemen kunnen omgaan. Ze vragen in die voor hen onoplosbare omstandigheden niet in de eerste plaats om uitkomst, maar om een innerlijk andere houding.


Bijbels gebed

Uit het onderzoek van dr. Prins blijkt dus dat het percentage mensen dat aangeeft geregeld te bidden niet veel zegt over het christelijke en Bijbelse gehalte van ons land. Veel mensen die op een meditatieve en/of psychologische manier bidden, doen dit tot een god, die ze met vage begrippen als een kracht of bron van troost ervaren. Ze scheppen hun eigen beeld van een god dat past bij de situatie. Dat beeld komt niet overeen met het Bijbelse Godsbeeld.
De genoemde vijfde plaats van bidders betekent dus helaas niet dat op een Bijbelse wijze gebeden wordt tot de God van hemel en aarde. Immers, als we het meditatief en psychologisch bidden vergelijken met de les die de Heere Jezus ons geeft in Matthéüs 6 over de vorm, de inhoud en de manier van bidden, dan is het verschil groot. Het gaat daarbij nadrukkelijk om de God van de Bijbel, Die ons kleine mensen opdraagt om in de woorden van de Catechismus ‘alle geestelijke en lichamelijke nooddruft’ van Hem te vragen.