Tekst C.A. Schipaanboord-de Vos Beeld Rosalie Kolk-Hattem

Ze at heel weinig, sportte extreem veel, was altijd moe, had vaak pijn en woog op een gegeven moment nog maar 43 kilo. „Ik was erg onzeker en had het idee dat ik nu tenminste ergens grip op had,” vertelt Inge van Raalte (26), die anorexia nervosa had. „Veel mensen denken dat het een eetprobleem is, maar vaak zit er meer achter dan alleen het niet willen en kunnen eten.”

Het begon met een rage op de middelbare school. „Iedereen sprak af om een bepaalde tijd niet te snoepen. Wie dit het langste volhield, won. Ik deed ook mee.

Het was zeker niet mijn insteek om ermee door te gaan, maar zo liep het wel. Ik stotterde en was erg onzeker over mijzelf en mijn lichaam.

In mijn omgeving werd vaak gezegd: ‘dat kan Inge wel’. Natuurlijk kon ik niet alles, maar ik probeerde dan toch te laten zien dat ik het wel kon,” legt ze uit. „Het niet snoepen gaf me een soort houvast. Ik kreeg het gevoel ergens goed in te zijn en de regie te hebben.”

Complimenten

Maar het bleef niet alleen bij niet snoepen. „Het werd steeds meer. Ik ging alle voedingsetiketten lezen, hield m’n gewicht nauwlettend in de gaten en was obsessief met eten bezig.

Mensen gaven me complimenten omdat ze me er goed uit vonden zien. ‘Hoe doe je dat toch?’ vroegen sommigen. Dat bevestigde me dat ik hier goed in was,” vertelt Inge.

„Maar het ging helemaal niet goed. Ik at zo weinig dat m’n lichaam niet genoeg voedingsstoffen binnenkreeg. Na het examenjaar van de middelbare school had ik veel vrije tijd en begon ik obsessief te sporten.

Vanwege m’n astma had de kinderarts mij dat geadviseerd, maar ik sloeg erin door. Ik liep heel veel hard en bezocht vaak de sportschool. Ik at al slechts minimaal en wilde wat ik at er dan ook meteen weer af sporten.”

Ongelooflijke doorzetter

Het ging de verkeerde kant op met Inge. „Ik was zo in mezelf gekeerd dat ik niet zag waar ik mee bezig was. Ik zag niet dat ik ziek werd en wat het voor m’n lichaam deed.

Ik was altijd moe en had altijd pijn, zoals hoofdpijn en spierpijn. Van nature ben ik een ongelooflijke doorzetter en ik ging altijd maar door. Ik gaf toe aan mijn sterke drang om van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat te bewegen.

Als je lichaam dan ook nog niet genoeg voedingsstoffen binnenkrijgt, gaat het mis. Ik sliep slecht. Ook viel mijn menstruatie weg.”

Ook op sociaal gebied had de anorexia impact. „Ik durfde niet meer af te spreken met vriendinnen, want ik was bang dat ik dan iets moest eten of stil moest zitten.

In die tijd had ik verkering met mijn huidige man en hij heeft een grote familie, wat veel verjaardagen betekent. Ik zag daar enorm tegenop en probeerde ze te ontlopen. Als ik toch een feestje bezocht, ging ik ervoor of erna een heel eind wandelen, zodat de bewegingsdrang minder werd,” vertelt ze.

„Ook werd ik veel vlakker qua gevoel en emoties. In die tijd deed het me allemaal niets meer.”

Opstandig

Naar de kerk ging Inge ook niet graag. „Anderhalf uur stilzitten kon ik bijna niet. Dat bracht de nodige stress en onrust mee. Zon- en feestdagen waren daardoor heel ongezellig met mij,” vertelt ze.

„Daarnaast was ik eerlijk gezegd boos en opstandig. Ik sprak daar niet over, maar voelde het wel. Waarom heb ík dit? Kom ik hier ooit nog vanaf? Ik weet dat Iemand me kan helpen, waarom doet Hij het dan niet? En wil ik eigenlijk nog wel leven? Ik bracht in deze periode heel weinig tijd door met de Heere en hoefde zelf niet meer zo nodig naar de kerk. Het hielp me toch niet, dacht ik. Toch ging ik altijd gewoon mee met mijn ouders.”

Gezin

Inges ouders, vriend en omgeving zagen dat het de verkeerde kant op ging, maar konden Inge niet bereiken. „Ik stuitte vaak op onbegrip. Mensen begrepen me niet, wat heel logisch is. En ik kon niet snappen dat zij mij niet begrepen.

Ik woonde thuis, dus het had impact op het hele gezin. Er zijn dagelijks heel wat eetmomenten, dus het speelde elke dag.

Sommige mensen werden boos op me, wat zich dan regelmatig in nare situaties of opmerkingen uitte. ‘Eet nou toch gewoon wat! Je bent al zo mager!’ Dat snap ik nu goed, omdat het voor naasten moeilijk is iemand zo te zien worstelen. Ze reageren dan uit onmacht en niet met verkeerde bedoelingen.

Maar zulke opmerkingen werkten juist averechts en deden me zeer. Mensen denken vaak dat het bij anorexia alleen om eten gaat, maar er zit heel veel achter. Onzekerheid speelt een grote rol.

Zeker als puber kun je onzeker zijn. Je weet niet wie je bent, waar je heengaat en wat je wilt. In het controleren van je eetpatroon kun je houvast vinden,” legt ze uit.

„Ook voor m’n vriend was het zwaar. Hem werd weleens gevraagd waarom hij het niet uitmaakte, want voor hem was dit ook moeilijk. Maar dat was de oplossing niet. We gingen er samen voor en het bracht ons dichter bij elkaar.

Hij hielp me altijd heel goed, was er voor mij en we konden er samen over praten. Samen met mijn ouders woonde hij informatieavonden over anorexia bij. Dat vind ik heel fijn van hen. Het gaf mij een stuk rust dat ze me probeerden te snappen.”

Dieptepunt

Toen Inge met haar schoonfamilie meeging op vakantie, kwam er een dieptepunt. „We waren in Duitsland en ik werd helemaal niet goed. Ik viel weg, mijn lichaam liet me in de steek.

Ik werd opgenomen in het ziekenhuis in Koblenz en bleek slechts 43 kilo te wegen. Ik bleek een maag-/darmontsteking te hebben. Dat waren de eerste organen die ermee ophielden, ze konden het niet meer aan.

Ik moest daar een week blijven en werd toen naar het ziekenhuis in Zwolle gebracht. Daar kreeg ik een gesprek met een psycholoog. Het bleek duidelijk dat ik een eetprobleem had,” zegt ze.

„Ik volgde daarna diverse therapieën en sommige sloegen even aan, maar vaak had ik daarna weer een terugval. Ik ervoer niet echt een klik met de therapeuten.

Een jaar lang ging het heel goed, want ik wilde het zelf ook niet meer. Totdat mijn nichtje en goede vriendin overleed aan kanker. Dat was ontzettend pittig en zwaar, want ik was elke dag samen met haar. Toen kreeg ik een terugval en werd ik weer opgenomen in het ziekenhuis.”

Vechten

Daar dacht Inge na over wat ze nu wilde. „Ik zocht een therapie waarover ik zelf enthousiast was. Dat vond ik bij Human Concern. Bij deze instelling werken alleen maar ervaringsprofessionals. Zij kunnen echt begrijpen wat je denkt, voelt en meemaakt.

Ik ervoer een klik en het ging heel goed. Van huis uit was ik nooit zo gewend om te praten over gevoelens. Dat moest ik leren, ook samen met mijn vriend. Bijvoorbeeld over waarom je iets eng vindt of iets (niet) doet. Je kwetsbaar opstellen is lastig, maar wel waardevol.

Om te gaan trouwen moest ik een bepaald gewicht wegen. Anders was het niet verantwoord. Dat was het doel waar ik naartoe werkte.

Ik knokte en vocht om het te halen. Soms ging het mis. Dan moest ik van de therapeut bijvoorbeeld in die week een ijsje eten en faalde ik. Dan verloor ik soms de moed. Het voelde echt als vechten voor m’n leven,” vertelt Inge.

„Maar het ging steeds beter. Ik groeide lichamelijk en psychisch. Dat moest ik echt leren loslaten, want ik hield zo graag de controle over alles.” 

Waartoe

Waar Inge eerst opstandig was op geloofsgebied, putte ze er nu moed uit. „Ik wist dat er Eén boven stond. Daardoor kon ik het meer loslaten. Ik vroeg me niet meer af waarom ik anorexia had, maar waartoe.

Eerst zag ik niet dat de Heere mij hielp. Maar terugkijkend weet ik dat Hij mij geholpen heeft, anders had ik het niet gered.

Ik moest de strijd enerzijds alleen aangaan, maar anderzijds ook niet. Hoe meer ik herstelde, hoe meer ik dat inzag. Ik bad er voortdurend om.”

Met schroom voegt ze toe: „Uiteindelijk bracht de anorexia me dichter bij God. Ik vind het lastig om over zulke dingen te praten. Het gaat ook op en neer. De ene keer leef je dichter bij de Heere dan de andere keer.”

Zwakke plek

Het gaat nu heel goed met Inge. „Als ik veel stress heb, merk ik dat bepaalde gedachten weer op kunnen spelen, maar dat kan ik dan relativeren dankzij de gevolgde therapieën.

Ik vind het lastig om te zeggen dat ik hersteld ben, want ik denk dat het altijd een zwakke plek blijft. Maar het gaat echt goed,” vertelt ze blij.

„Wel blijft m’n maag gevoelig. Dat is een overblijfsel uit de periode waarin ik anorexia had. Zodra ik maagklachten merk, speelt er vaak wat. Het houdt me bij de les.

Toen we trouwden, zei de kinderarts dat ik er niet op moest rekenen dat we de eerste jaren kinderen konden krijgen. Dat hakte erin, want mijn droom was om kinderen te krijgen en moeder te worden. Inmiddels hebben we twee gezonde kinderen. Dat maakt me echt ontzettend dankbaar.”

Het complete artikel (met nog een interview met een ouderpaar) verscheen in de GezinsGids van 8 september 2022.