Artikelen

Karren in de Kloosterman-kever

Door

op

altEen familiekever. Dat is het zwarte, glanzende wagentje van familie Kloosterman al ruim twintig jaar. „Mijn broers en ik zijn allemaal in of bij de auto verloofd en hij maakte ook ritjes op een aantal bruiloften,” vertelt Ewald Kloosterman (24). Lachend: „Als die auto kon praten…” Ruim twintig jaar geleden kochten de oudste broers van Ewald de auto. „Dat was puur als hobby. Ze zochten iets leuks om te doen,” vertelt hij. „Ik was een jaar of vijf en weet er niet veel meer van dat ze hem toen opknapten. Wel herinner ik me dat ik het heerlijk vond om mee te rijden. Op de achterbank, met een jengelend cassettebandje van Feike Asma in de Oude Kerk in Amsterdam aan. Dat was geweldig.”

Inmiddels zit er een goedwerkende mp3-speler in die met een converter gekoppeld is aan de originele radio. „De kever is tien jaar geleden volledig opgeknapt. Ik hielp destijds niet, maar keek wel toe. Daar leerde ik het één en ander van. Opknappen is een tijdrovende en nauwkeurige klus waar je veel technische kennis voor nodig hebt. Doordat het toen goed aangepakt is, is het bijhouden nu goed te doen. Ik vind dat een leuk en ontspannend werkje. Echt groot onderhoud komt wel weer een keer, maar voorlopig niet.”

Intiem
De zwarte auto glanst mooi, is afgezet met chroomaccenten, heeft treeplanken, een rechte voorruit en de motor zit achterin, zoals bij een echte kever hoort. „Grappig om te zien,” vindt Ewald. Maar het mooiste is toch wel de emotionele waarde die het voertuig in zijn familie heeft. „Formeel is de auto van mijn twee oudste broers, maar in de praktijk functioneert die nog weleens als familiebezit. We zijn thuis met vijf broers en één zus. Bij de verloving van verschillende broers speelde de auto een rol en ook op meerdere bruiloften. Zelf verloofde ik een paar maanden geleden en we vierden dat onder andere met een rit in de oldtimer. Het interieur, de ovaal van de achterruit, het dashboard en het gesnor van de motor geeft iets intiems.”

Gewone volk
Doordat de auto op belangrijke momenten is gebruikt, hebben de meeste familieleden een soort band met de auto. „Je hebt er mooie herinneringen aan, maar het komt denk ik ook door de vorm en de geschiedenis die je erin kunt ‘snuiven’. Dat krijg je er gelukkig nooit uit. Je moet zo’n auto in z’n tijd zien. Het rijdt voor geen meter in vergelijk met een nieuwe auto. Maar dat geeft niet, want de charme zit in het verhaal. De kever was de auto voor het gewone volk, de beloofde wagen van Adolf Hitler. Er moesten twee mensen en een kind in passen en hij mocht niet meer kosten dan negenhonderd Reichsmark. Dat is te zien en te merken. Hij is zo basic als je maar bedenken kunt. Het is bijna de meest verkochte auto ter wereld. Er zijn er meer dan twee miljoen van gemaakt.”
Het zou leuk zijn als de auto kon praten, volgens Ewald. „Er zijn wel wat blunders beleeft met de wagen. Ik reed eens de auto op het strand en maakte prachtige foto’s met de zon in de zijkant van de auto. De donkerte viel in, maar wegrijden valt niet mee in mul zand met een achterwiel aangedreven auto, met een motor die tussen de achterwielen hangt. Uiteindelijk belde ik een bevriende boer die de auto er met een ketting aan z’n bumpertje uittrok.”
Niet alleen de familie is dol op de kever, ook andere mensen zijn er enthousiast over. Ze vragen hem soms als trouwauto. „Daar gaan we weleens op in. Ik reed wel eens op een bruiloft van een stel en tijdens de kerkdienst ontdekte ik dat ik de stadlichten aan had laten staan. Ik moest natuurlijk rustig blijven en liet het bruidspaar gewoon achterin plaatsnemen. Ik had flinke zweetplekken onder mijn colbertje. Maar gelukkig sloeg de motor probleemloos aan.”


Kriebels

Familie Kloosterman heeft de kever voornamelijk voor hun eigen plezier. „We gebruiken hem eigenlijk alleen in de zomermaanden. In de winter is het superkoud en beslaan de ramen heel snel. Dat is niet handig. Het mooiste is om met 55 km per uur in z’n vierde versnelling over ’s lands wegen te sturen, met het raampje open. De motor snort dan heel vriendelijk. Daar krijg ik gewoon de kriebels van.” Ewald wordt steeds weer geraakt door de snelheid van nu ten opzichte van die van vijftig jaar terug. „Met de kever de snelweg op is geen pretje. Blijkbaar waren de maximum snelheden vroeger dusdanig lager, want nu ben je met zo’n auto aangewezen op N-wegen en binnenwegen. Bij voorkeur kies ik dan ook binnenwegen waar je zestig mag. Dat geeft rust. Je komt even ver, hebt nauwelijks tijdverlies, het ontspant en je ziet veel meer van de natuur en cultuur om je heen. Rijden is een pretje is ons bolle autootje.”

 

Dit artikel verschijnt in de GezinsGids van 11 februari.