Algemeen

Kloppartij in de kamer

Door

op

mennoMenno de Bruyne is voorlichter bij de SGP Tweede Kamerfractie. Op deze plek geeft hij een kijkje achter de schermen van het hof en het Binnenhof

 

Politici die met elkaar op de vuist gaan. Die beelden zijn bekend uit verre oorden als Zuid-Korea en Japan, maar ook in Italië en Spanje. Hier kennen we dit verschijnsel niet, hoogstens wat bekgevechten  bij de interruptiemicrofoon… denken we. Mooi niet. Zelfs in de doorgaans rustige Eerste Kamer is de vlam ooit in de pan geslagen. Dat was in 1966. Het gebeurde vlak na de plechtige en feestelijke beëdiging van de nieuwgekozen senatoren. Een van de nieuwelingen was de heer Adams, gekozen voor de Boerenpartij. Vlak na diens beëdiging vroeg de VVD’er Baas het woord. Die liet weten „collegiale omgang” met de senator van de Boerenpartij niet te zien zitten omdat Adams hem als NSB’er persoonlijk bedreigd had met deportatie. Adams reageerde niet direct. Maar des te heftiger was zijn reactie in de deftige koffiekamer van de Eerste Kamer. Daar kwam het tot een hevige woordenwisseling, waarbij de Boerenpartij’er op een gegeven moment riep: „Jij proleet!” De VVD’er liet dat natuurlijk niet op zich zitten en beantwoordde Adams’ subtiele opmerking even fijnzinnig met ‘een vuistslag op het oog.’

 

 

Het heftigste incident in de Tweede Kamer deed zich voor in 1939. Toen speelde ‘de zaak-Oss’. Een marechaussee-brigade die orde op zaken had gesteld in deze van criminaliteit vergeven Brabantse plaats, werd door de roomskatholieke minister van Justitie plotsklaps ontbonden. Al snel deed het gerucht de ronde dat de minister dat had gedaan omdat de marechaussee zedenschandalen op het spoor was gekomen onder roomse geestelijken. De doofpot dus. Dat gerucht bleek voer voor de heetgebakerde NSB’er Rost van Tonningen, die de minister van Justitie dan ook op het matje van de Tweede Kamer riep. Achteraf is uit z’n correspondentie gebleken dat de NSB’er deze zaak bewust uitbuitte om daarmee te provoceren en aandacht te trekken. Welnu, hij slaagde volledig in zijn opzet. Toen hem het woord werd ontnomen, ontstond er in de Kamer een waar veldslagje.

 

De Telegraaf beschreef het in geuren en kleuren: ‘Hoe het kwam, hebben we niet kunnen constateren, doch op een gegeven moment raakten de heren Van der Putt (RKSP) en Rost van Tonningen elkaar aan, hetgeen voor de NSB’er Woudenberg aanleiding was om de heer Van der Putt bij de schouders te grijpen en in een bankje neer te drukken. Terwijl de griffi er, enige leden en boden probeerden verder handgemeen te voorkomen, sprong een der boden  ovenop een tafel en van daar op de rug van de heer Woudenberg, die daarna door enige mensen in bedwang werd gehouden en, nadat de heer Rost van Tonningen gedwongen was de zaal te verlaten, met een zacht lijntje naar buiten werd gebracht ter kalmering.’

 

Dat waren nog eens tijden. Vergeleken daarmee zijn de huidige Kamerleden lieverdjes…

{jcomments on}