Landt er een traumahelikopter in de buurt van Rotterdam, dan is Boas Bosschaart (15) nooit ver weg. Vanuit zijn woonplaats Krimpen aan de IJssel racet hij op zijn fiets door de regio om het Mobiel Medisch Team (MMT) te fotograferen en filmen. Zijn grote droom: zelf piloot worden op de traumaheli. „Ik maak alleen maar foto’s van de helikopter, niet van de personen die bij een ongeluk betrokken zijn.”

tekst P. Beens | beeld Rosalie Hattem

Het kan bijna niet missen: zie je in de buurt van Krimpen een scholier – cameratas op zijn rug – op een fiets langs racen, dan moet het Boas Bosschaart zijn. Sinds hij als kleine jongen voor de eerste keer een traumahelikopter zag overvliegen, is hij verkocht. „De spanning van wat er ging gebeuren, waarvoor de ‘trauma’ kwam en die uitdagende landing op een klein veldje vond ik bijzonder interessant,” vertelt de enthousiaste traumahelispotter. 

Hij schafte dan ook al snel een pieper aan. Daarmee houdt hij nog steeds de vliegbewegingen van LifeLiners in de buurt nauwlettend in de gaten. Zodra een traumahelikopter in de buurt wordt ingezet, is Boas een en al opwinding. „Je weet nooit precies wanneer het MMT een melding krijgt. Die spanning geeft veel adrenaline.” 

Toch zijn er grenzen aan zijn hobby. Zit hij in de les, dan kan Boas een bezoekje aan een inzet wel vergeten. Lachend: „Maar als ik de heli onder schooltijd hoor overvliegen, dan kijk ik soms wel even waar hij naartoe moet.”

Traumahelikopterpiloot

Boas mocht dan in eerste instantie een beetje een ‘ramptoerist’ zijn, al snel raakte hij geïnteresseerd in de technische kant van de traumahelikopter. Zo zelfs, dat de mavoleerling van het Driestar College in Lekkerkerk vastbesloten is om over een aantal jaren ook op een LifeLiner te vliegen. „Ik kan wild enthousiast worden van de inrichting van de cockpit. Al die knopjes en lampjes,” vertelt Boas vol vuur.

Hij beseft dat zijn kansen klein zijn. „Om traumahelikopterpiloot te worden, heb je minimaal een havodiploma nodig,” legt Boas uit. „Daarna moet je nog een pilotenopleiding volgen bij een vliegschool. Die opleiding is erg duur, want je moet duizend vlieguren maken, waarvan vijfhonderd uren als piloot. Al die vlieguren kosten geld. En al voldoe je dan aan alle eisen, dan nog moet je afwachten of je door de selectie komt.”

Blijven hangen

Tot die tijd bekijkt Boas de helikopters dan ook vooral van de buitenkant. Al mag hij op het heliplatform op vliegveld Zestienhoven bij Rotterdam – waar de LifeLiner 2 is gestationeerd – af en toe wel plaatsnemen in de cockpit. 

Doordat hij vaak bij een inzet van het MMT te vinden is, kennen de meeste piloten en traumateams hem bovendien inmiddels persoonlijk. Dat helpt soms ook om net iets verder te komen dan de gewone toeschouwer, vertelt Boas. „Bij een grote brand moet ik meestal gewoon achter eventuele afzettingen blijven, maar omdat ik veel mensen van de traumahelikopters ken, mag ik bij een inzet van de LifeLiners vaak wel wat dichterbij komen.” 

Gewapend met een spiegelreflexcamera en de nodige lenzen, maakt hij dan een hele serie foto’s. De beste ervan deelt hij op zijn Insta-
gramaccount @traumahelikopter_spotter, waar je tientallen foto’s vindt van opstijgende en landende LifeLiners, hollende MMT-verpleegkundigen en poserende piloten. 

De rest van dit interview lees je in de GezinsGids van 19 november.