Een kleine geschiedenis van de GezinsGids

Met zijn oprichting in 1948 is de GezinsGids één van de oudste tijdschriften van Nederland. Waar grote publieksbladen door de crisis de zeilen bij moeten zetten om gezond te blijven, hoeft het ‘christelijke magazine voor het gezin’ dankzij zijn trouwe achterban zich weinig zorgen te maken. Menselijkerwijs gesproken dan.

Een bloemlezing uit de eerste 65 jaar GezinsGidshistorie.

Inhoudsopgave

De Kleine Gids
Het begon allemaal in 1948. De oorlog was net achter de rug. Nederland startte voorzichtig met de wederopbouw en in die periode begon ook de GezinsGids aan de weg te timmeren. Dit gebeurde onder redactie van dhr. A. Jansen, beter bekend onder zijn schuilnaam B.J. van Wijk, die hij ook op zijn kinderbijbel liet zetten.

De Kleine Gids

De GezinsGids startte onder de naam De Kleine Gids. De toenmalige directeur J.P. Otte – inmiddels is hij 103 jaar – weet zich nog goed te herinneren dat hij besloot dat De Kleine Gids er moest komen: „Er was in die tijd veel papierschaarste. Het was dus niet zo vanzelfsprekend om een nieuw tijdschrift te beginnen. Toch hebben we het gedaan, omdat we zagen dat de behoefte aan goede lectuur groot was. Dat gaf de doorslag.”

De oprichters van de GezinsGids – waaronder mensen als Jansen en Piet Kuijt, de oprichter van kweekschool De Driestar – hadden 65 jaar geleden met het uitbrengen van De Kleine Gids vooral kinderen op het oog. Otte: „We maakten een nulnummer, gewoon om te zien of het blad aan zou slaan. Als er te weinig abonnees uit voort zouden komen, konden we het project nog stilzetten. Maar dat hoefde niet. We haalden ruim 2.000 abonnees binnen. Dat waren allemaal mensen die ook geabonneerd waren op het dagblad De Banier, waarvan we de adressen hadden omdat we die toen ook uitgaven. Omdat dominees als dr. C. Steenblok ouders aanbevolen De Kleine Gids te nemen ‘omdat het een goed blad was dat je rustig aan je kind kon geven,’ groeide ons abonneebestand.”

De Kleine Gids richtte zich op ‘het jonge leven, om samen onderzoek te doen in het Woord van God en Zijn daden in de geschiedenis’. Later richtte de redactie zich meer op de ouders, op het hele gezin, en veranderde de naam; vanaf 1957 heette het De GezinsGids.

De Kleine Gids
De eerste editie van de Kleine Gids

Verantwoord

Toen dhr. Jansen (Van Wijk) in 1964 overleed, nam A.G. Eggebeen het redactionele stokje van de GezinsGids over. Met het blad wilde hij – zo verwoordde hij eens – „verantwoorde lectuur bieden in deze donkere tijd, voor jong en oud, het hele gezin”. Deze taak nam Eggebeen – die ook eindredacteur was van Kerkelijk Nieuws, een blad voor 17 kerken van de Gereformeerde Gemeenten in Zeeland – heel serieus. Hij legde er zelfs zijn werk als auteur van (jeugd)boeken voor stil.

Eggebeen gaf aan dat de abonnees van destijds merendeels afkomstig waren „uit de kringen van de Oud Gereformeerden, de Gereformeerde Gemeenten, de Christelijke Gereformeerden, de ‘buitenverbanders’ en de Gereformeerde Bond”. Nog steeds vormen deze groepen – samen met de Gereformeerde Gemeenten in Nederland – de trouwe achterban van de GezinsGids, hoewel je daar nu nog een andere aan toe kunt voegen: lezers uit de Hersteld Hervormde Kerk.

De uitgeverij van de GezinsGids verhuisde in 1970 naar Utrecht. Het bedrijf is er gevestigd in een monumentaal pand aan de Brigittenstraat 1. Dit is een voormalig klooster waar ooit koningin Juliana Chopincomposities op de piano leerde vertolken. Een RD-journalist was zichtbaar onder de indruk toen hij in december 1973 een bezoek bracht aan de Brigittenstraat. In zijn verslag schreef hij:

Wij wandelden door een monumentale gang, langs een kantoor met parketvloer en (oud-Hollandse) lambriseringen, over een indrukwekkende brede trap naar de grote ruimten boven. Alles gewaagt nog enigszins (…) van een oud bestaan, toen monniken in stille waardigheid in processie naar een naastgelegen kapel schreden.

Een vreemde loop der historie, denken wij. Vroeger liepen hier de monniken met plannen over brandstapels tegen de gereformeerde martelaren, tegenwoordig komen hier de boeken vandaan over die martelaren tegen de genoemde monniken. ’t Kan verkeren, om een vaderlandse dichter te citeren.

GezinsGids Utrecht
Bij de verhuizing naar de Domstad verkocht de directie de drukkerij, waar tot dan toe ook De Saambinder en Protestants Nederland van de persen rolden. Een jaar eerder had de directie namelijk besloten dat de uitgeverij zich voortaan zou richten op de uitgave van boeken en de GezinsGids.

Investering en werving

Sinds 1 maart 1972 verschijnt de GezinsGids twee keer per maand. Het blad bestond toen 25 jaar en telde minimaal 32 pagina’s. Ter vergelijking: vandaag de dag kan de abonnee rekenen op een blad dat om de veertien dagen verschijnt en minstens 84 pagina’s telt.

De verschijning van de nieuwe editie ging gepaard met een wervingsactie. De GezinsGids telde toen 11.000 abonnees en kon er nog wel wat bij hebben. Dus besloot de redactie de volgende oproep te doen:

Bij de oprichting verscheen De Kleine Gids tweemaal per maand. Later, in 1957, werd (…) het besluit genomen tot een maandblad over te gaan. In de loop der jaren werd echter door duizenden lezers steeds de behoefte gevoeld ons familieblad tweemaal per maand te ontvangen.

Het is in deze tijd geen kleine zaak, maar uitgeverij De Banier te Utrecht heeft thans het besluit genomen vanaf D.V. 1 maart a.s. De GezinsGids twee maal per maand te laten verschijnen. (…) We zijn ervan overtuigd dat onze lezers dit op hoge prijs zullen stellen. (…) Aan veler wens wordt nu tegemoetgekomen, en zonder dat het abonnementsgeld wordt verhoogd. We doen dan ook een beroep op al onze lezers om bij deze mijlpaal waardering voor De GezinsGids te tonen, door elk een nieuwe abonnee aan te brengen. Hoe meer lezers, hoe meer we voor u kunnen doen. Helpt u ook mee?

De wervingsactie sloeg aan. De trouwe achterban kwam in actie en het abonneebestand groeide explosief. Er mochten maar liefst 3.000 nieuwe lezers aan het bestand worden toegevoegd, waardoor het totaal op 14.000 kwam te liggen.

Terugval en groei

Toen in 1983 het familieblad Terdege op de markt verscheen, was het voor dhr. J.P. Otte meteen duidelijk: dit zou het de GezinsGids wel eens moeilijk kunnen maken. Inderdaad liep het aantal abonnees terug. „Dat veroorzaakte bij ons een zekere bezinning.

Hoe moet je hierop reageren?” blikt J.O. Verkerk terug in een interview met het Reformatorisch Dagblad. Van 1991 tot en met 2004 was hij bladmanager van de GezinsGids. „Er is een ontwikkeling in gang gezet om het abonneebestand weer op peil te brengen. De overname van het reformatorische weekblad De Schakel heeft daaraan bijgedragen. Die leverde de GezinsGids aardig wat nieuwe abonnees op. We hebben deze lijn verder kunnen doortrekken tot het niveau waarop we nu zitten. De laatste jaren is het aantal vrij constant.”

In 1991 had de GezinsGids 14.500 abonnees. De huidige redactie merkt dat er voor de GezinsGids ook in 2013 een solide plaats is. Er zijn veel lezers die vanwege de inhoud bewust voor de GezinsGids kiezen. Het blad wil voor de hele gereformeerde gezindte iets betekenen en benadrukt niet het eigene van een bepaald kerkverband.

Marktpositie

De groeispurt die de GezinsGids in 1991 maakte door de overname van De Schakel, ging ook gepaard met een inhoudelijke uitbreiding naar minimaal 64 pagina’s. „Het was een duidelijke versteviging van de marktpositie,” zo kenmerkt Karel de overname van destijds. Bij die overname is zo veel mogelijk gezocht naar redactionele overlappingen. De lezersgroep van De Schakel moesten zich thuis voelen in de GezinsGids, en andersom.

De oud-hoofdredacteur van De Schakel, J. Roodbeen, hielp mee de redactieformule aan te passen. Er kwamen nieuwe rubrieken en hier en daar werden details veranderd; zo mochten artikelen voortaan niet langer ondertekend worden met initialen, maar met naam en toenaam.

Roodbeen ervoer de redactievergaderingen en de verdere samenwerking als „enorm positief” en voelde dat hij er zijn ideeën kwijt kon. Vervolgens nam hij definitief plaats in de GezinsGidsredactie en bleef daarin actief tot kort voor zijn overlijden (2009).

Nieuwe generatie

In 1999 voegde zich een derde Otte in het bedrijf. Kleinzoon Ringer voltooide een hbo-opleiding tot uitgever en versterkte het toenmalige tweemanschap. Ringer specialiseerde zich in tijdschriften maken.
Ringers opa trok zich langzaam terug uit het bedrijf en bleef nog op de achtergrond actief om te sturen en teksten te redigeren.

Tien jaar later gaf ook Ringers vader aan zich – wegens de pensioengerechtigde leeftijd – langzamerhand terug te trekken als directeur. Ringer stond toen voor de keuze: een nieuw directielid aantrekken en doorgaan met het uitgeven van boeken en de GezinsGids? Of de uitgeverij afstoten en zich uitsluitend richten op het maken van magazines? Hij koos voor het laatste. De uitgeverij werd verkocht.

EMG, het bedrijf waar het Reformatorisch Dagblad onder valt, nam De Banier over, waarna Ringer het bedrijf Christelijke Tijdschriften BV oprichtte en doorging met de GezinsGids en het bijbehorende kinderblad BimBam. Kort daarna, in 2010, breidde hij de bladenwaaier uit met het populair-wetenschappelijke tijdschrift Weet Magazine, dat inmiddels bijna 10.000 abonnees telt.

„GezinsGids en De Banier vulden elkaar goed aan”

De GezinsGids wordt nu uitgegeven door Christelijke Tijdschriften BV, maar jarenlang is het blad eigendom geweest van uitgeverij De Banier. Die naam kreeg de uitgeverij omdat het sinds 1928 het gelijknamige Dagblad der Staatkundig Gereformeerde Partij verspreidde. Ook het andere drukwerk van de SGP werd door De Banier verzorgd.

Tijdens de oorlogsjaren werd het SGP-dagblad opgeheven en namen de Duitsers het bedrijfsgebouw in Rotterdam in beslag. De lancering van de GezinsGids, drie jaar na de oorlog, was het eerste grote project waar Otte senior zijn schouders onder zette.

Zoon Karel kwam later ook in het bedrijf en stond zijn vader bij. Terugblikkend constateert Karel, die nu 66 is, dat de GezinsGids heel bepalend is geweest voor het gezicht van de uitgeverij. „De vaste lezersgroep van de GezinsGids kende De Banier, kocht bij De Banier en koos voor De Banier. Daarnaast worden we nog steeds geïdentificeerd met de naam van ds. G.H. Kersten, die aan de wieg van ons bedrijf stond. Dat vinden we zeker niet erg.” Dat Karel de wortels van De Banier koestert, heeft een eenvoudige verklaring: ds. Kersten is zijn opa, de vader van zijn moeder.

Toekomst

Ringer weet zeker dat tijdschriften toekomst hebben. „Er wordt door sommige uitgevers geklaagd. Ik lees dat bepaalde grote publieksbladen veel abonnees verliezen en dat de losse verkoopcijfers bedroevend zijn. Maar is het tijdschrift daarmee op zijn retour? Ik geloof er niets van.”

Ringer wijst op enkele ontwikkelingen in de markt. „Tegenwoordig kan iedereen uitgever worden. Iedereen kan immers bepaalde informatie delen via het internet. En ook voor bedrijven wordt het met de huidige technologie steeds makkelijker een eigen relatiemagazine uit te geven. Maar alleen tekst en beeld samenvoegen en dat de abonnee voorschotelen, is niet voldoende.

„Ik lees dat bepaalde grote publieksbladen veel abonnees verliezen. Maar is het tijdschrift daarmee op zijn retour? Ik geloof er niets van”

uitgever Ringer otte​
Een magazine moet relevant zijn. Algemene gegevens moeten worden omgezet tot afgemeten informatie die voor de abonnee van betekenis is. Er moet voldoende onderscheid zijn met andere (gratis) informatiebronnen.

Op internet is veel te vinden. Je wordt er overladen met informatie. Als je niet uitkijkt zie je door de bomen het bos niet meer. Voor een abonnee is het dan ook ondoenlijk om alle informatie zelf op te zoeken en te toetsen. Dáár ligt de kracht van de GezinsGids.

Wij kijken zorgvuldig naar wat er speelt in kerk, gezin en samenleving en als dat nodig is trekken we lijnen vanuit en naar Gods Woord en schrijven daarover.”

„Een ander punt is het onderscheidend vermogen,” vervolgt Otte. „Een tijdschrift is er niet voor iedereen, het is er voor een speciale groep lezers. De artikelen moeten dus duidelijk herkenbaar voor die lezer zijn geschreven.

Daarbij komt dat Nederland het ‘dichtstbevolkte’ land ter wereld is als het gaat om tijdschrifttitels. Je vraagt je af of je tussen al die bladen nog uniek kunt zijn. Toch is dat een voorwaarde. De GezinsGids biedt zijn abonnees afgepaste artikelen, speciaal voor hen geschreven, en dat proef je.”

Unieke eigenschappen

Wat een tijdschrift onderscheidt van andere media – zoals iPad, krant of website – is de ervaring. „Een magazine heeft unieke eigenschappen,” gaat Otte verder. „Eigenschappen die de abonnee een bijzondere beleving geven bij de geboden inhoud. Dat geldt ook voor de GezinsGids, die je doorgaans in ontspannen sfeer op de bank leest. Andere media zijn ‘te snel’ om rust te creëren. Ze vragen om een vluchtige manier van lezen.

Met de GezinsGids in de hand kun je weloverwogen nadenken. Even een rustmoment, je bezinnen. Dat willen we graag zo houden en dat heeft onze continue aandacht. We nemen de ruimte om iets te beschrijven en de vormgeving houden we zo rustig mogelijk. Zelfs het papier is op deze magazine-ervaring afgestemd.”

Otte is erg dankbaar dat het blad kan blijven bestaan. „Van januari tot mei 2013 verscheen de GezinsGids in een gemiddelde oplage van ruim 17.000 exemplaren. We ervaren het als een zegen dat we abonnees en adverteerders behouden mogen. Met die laatstgenoemde groep voelen we ons ook sterk verbonden, omdat hun producten nauw aansluiten op de wensen van de abonnee. Bij de keuze van adverteerders letten we bewust op de identiteit.

Adverteren in de GezinsGids is een teken dat een onderneming qua uitgangspunten aansluit bij de identiteit van de lezer. Hierin gaan we best ver, want zelfs in deze tijd van crisis adviseren we bedrijven soms om niet in ons blad te adverteren als hun product niet bij onze lezer aansluit. Op die manier blijven de adverteerders voor de lezers relevant, en vice versa.”

Loyale lezers

„De GezinsGids weet voor wie ze schrijft, maar dat is omgekeerd ook zo. We proeven herkenning bij de abonnee en dat geeft vertrouwen voor de toekomst. Drie begrippen kenmerken ons blad: identiteit, loyaliteit en betrokkenheid. Door de jaren heen hebben we een lezersbestand opgebouwd dat loyaal is aan de GezinsGids. Men herkent zich in de identiteit.

Dat geldt niet alleen voor de artikelen waarin we ‘als een gids’ willen zijn; het betreft ook artikelen waarin wij de lezer handreikingen doen voor het dagelijkse leven, bijvoorbeeld in de opvoeding. Het geldt ook voor de natuurartikelen of reisreportages. Soms bevatten die artikelen directe verwijzingen naar de Bijbel, maar niet zelden wordt de identiteit van de GezinsGids ook duidelijk door wat er níet geschreven staat.”

„Zo de Heere wil en wij leven, doen we er alles aan dit tijdschrift te blijven uitgeven. Zolang er binnen het gezin behoefte blijft aan verantwoorde en betrouwbare informatie, verwacht ik dat de GezinsGids onder de zegen van de Heere bestaansrecht heeft.”