MennoMenno de Bruyne is voorlichter bij de SGP Tweede Kamerfractie. Op deze plek geeft hij een kijkje achter de schermen van het hof en het Binnenhof

 Vergeleken met de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer zit het publiek in de huidige zaal veel verder verwijderd van de politieke kopstukken. Dat heeft voor mensen die een appeltje met de politici willen schillen een groot nadeel. Wie vroeger Den Uyl of van Agt wilde bekogelen, hoefde z’n arm maar uit te strekken om een appel of een ei op het hoofd van de minister-president neer te doen ploffen. Tegenwoordig lukt dat niet meer. Alleen als je een aanloop neemt….

 

Kunstbeen

Veel appels en eieren hebben onze volksvertegenwoordigers overigens nooit gekregen. Wél ooit een kunstbeen! Aan het eind van de vergadering van 24 maart 1971 vloog er inderdaad een heus kunstbeen door de Tweede Kamer. Het was een protest van een oorlogsslachtoffer. De dader werd op staande voet afgevoerd.

Wat is er verder zoal vanaf de publieke tribune de vergaderzaal in geslingerd? Ik wil niemand op een idee brengen, maar de Kamerleden hebben nepuitwerpselen op hun dak gehad en stinkbommen waarop dakloze krakers de Kamer trakteerden onder ’t motto: ‘Deze wet stinkt’. Talloze keren dwarrelde er papier naar beneden, A4’tjes of versnipperd….

 

Capriolen

Het meest spectaculair was zonder enige twijfel de man die ooit zelf van de tribune de zaal in sprong. Dat was hevig schrikken. De actievoerder overleefde het, maar met zeer gecompliceerde botbreuken. Zowel de vergaderzaal als het menselijk lichaam zijn nu eenmaal niet gebouwd op zulke capriolen.

Ook indruk maakte degene die zichzelf in de Tweede Kamer ‘ophing’. Dat zat zo. Achter de regeringstafel prijkte premier De Jong. Aan zijn zijde minister Beernink van Binnenlandse Zaken. De debatten kabbelden langzaam voort. Aan het woord was SGP-fractievoorzitter ds. Abma. Net toen de mannenbroeder zijn verhaal wilde gaan afronden, bespeurde hij enige onrust in de zaal. Aan het gezicht van zijn collega’s en de heren excellenties te oordelen moest er schuin achter hem iets niet in de haak zijn, dacht de dominee. Dus draaide hij zich om.

Er was inderdaad iets niet in de haak. Aan een touw dat was vastgeknoopt aan de balustrade van één van de loges naast de publieke tribune, ruim vijf meter boven de begane grond, hing een jongeman. Roerloos. Een luguber gezicht. Enkele vrouwelijke Kamerleden snelden hevig ontsteld de zaal uit, achter het groene gordijn. Het meest onthutst was freule Wttewaal van Stoetwegen, een parmantige CHU-politica. Zij zat op dat moment als waarnemend Kamervoorzitter in de voorzittersstoel, en de ‘zelfmoordenaar’ bungelde dan ook vervaarlijk dicht boven haar.

 

Stunt

Paniek! Wat te doen? De naast ‘de freule’ zittende griffier stelde voor om het touw maar door te snijden. De Kamerbodes en op de tribune geposteerde parketwachters hadden echter meer tegenwoordigheid van geest. In een mum van tijd stonden ze in de loge. Met vereende krachten hesen ze het ‘slachtoffer’ naar boven, springlevend… Want wat bleek? Het touw zat niet om de nek van de jongeman, maar was braafjes onder zijn oksels bevestigd. Met zijn ‘zelfmoord’ had de twintigjarige linkse activist Harm Brinksma de aandacht willen vestigen op het proces dat hem te wachten stond.

De stunt was geslaagd.