altSomberheid, huilbuien, gevoelloosheid en geen doelen meer zien. Dat zijn symptomen van een depressie. Wat doet dit met mensen? Johnny (35) en Hanna (30) vertellen erover.

Depressie

‘Een depressie is als het gevangenzitten in een diepe put. Het leven gaat niet door, maar staat stil. Het is een put met steile wanden waar we zelf niet uitkomen. (…) We voelen ons machteloos en alleen. Anderen kunnen ons niet helpen. We willen dat ook niet. We menen de ander tot last te zijn. (…) De put is donker en dreigend. Om ons heen zien we zwarte grond. Het was niets, het is niets en het zal nooit wat worden. Het is hopeloos. Als het lukt om omhoog te kijken, zien we een klein stukje lucht en licht. Maar Boven is ver weg. Het liefst zouden we in een donker hoekje of zelfs onder de grond willen wegkruipen. Als niemand ons ziet, zijn we verlost van verwachtingen waaraan we niet kunnen voldoen. We zijn dan beschermd tegen onverdraagbare blikken van verwijt en verwachting, van medelijden en misprijzen, van spot en spijt. (…) In de put is het koud. We zijn gevoelloos. We voelen geen blijdschap en geen verdriet. Er is nog weinig wat ons raakt. Het is een pijnlijke gevoelloosheid’.

Johnny: „Door allerlei gebeurtenissen die ik meemaakte van kind tot nu, merkte ik dat het steeds minder goed met me ging. Ik had last van somberheid en die periodes duurden steeds langer. Ik liet sociale contacten verwateren en trok mezelf terug in mijn huis. Eten en slapen ging niet zo makkelijk meer, mijn interesses verslapten, ik was emotioneler en sneller geprikkeld. Ook verdwenen doelen uit mijn leven. Steeds vaker vroeg ik mezelf af waar ik iets voor deed. Verder kreeg ik last van suïcidale gedachten. Die zeggen dat niets meer zin heeft en dat je er beter mee kunt stoppen. Depressie lijkt op somberheid en ik vond het lastig het verschil te onderkennen. Als je op jezelf woont en een fulltime baan hebt, is het moeilijk om erbij stil te staan. Je moet doorgaan met alles en ik hield mezelf voor dat het wel over zou gaan. Totdat mijn lichaam ingreep en een punt zette. Ik was aan het werk en begon ineens heel heftig te transpireren, te trillen en mijn kracht viel weg. Ik kon niet meer denken, werd erg emotioneel en wilde helemaal alleen zijn. Letterlijk en figuurlijk werd ik stilgezet.”

Hanna: „Het begon toen ik op mezelf ging wonen. Er woonden geen familie of goede vrienden in de buurt en ik voelde me eenzaam. In een paar maanden tijd kwam ik veel aan doordat ik de controle over eetgedrag verloor. Ik was vaak verdrietig, had veel huilbuien en was erg onzeker. ’s Ochtends vond ik het akelig om wakker te worden, want dan moest ik de dag weer beginnen. Slapen was fijn. Heel fijn. Ik sliep steeds meer en vond alles moeilijk, zoals aankleden, mezelf verzorgen, eten en opruimen. Voor elke handeling moest ik mezelf toespreken dat ik mijn verantwoordelijkheid moest nemen. Ik was erg teleurgesteld in mezelf, omdat ik niet handelde zoals ik wilde. Ik deed alles graag goed, maar dat ging niet meer. Daarom werd ik passief en deed ik dingen helemaal niet meer. Sociale contacten liet ik versloffen. Als ik wel ergens heenging, had ik altijd vooraf een huilbui en moest ik mezelf opladen. Dan ging het ook wel. Ik babbelde mee en had mijn mening klaar. Hierdoor wist niemand hoe moeilijk ik het had. Zelfs mijn ouders niet.”

Geloof

‘Als we depressief zijn, is ons denken vaak vertraagd en kunnen we ons niet goed concentreren. Daardoor kunnen we de preek niet volgen, geen hoofdstuk uit de Bijbel lezen of onze gedachten niet bij ons gebed houden. Daarover voelen we ons schuldig. Verder wordt de inhoud van onze gedachten tijdens een depressie vaak gekenmerkt door de overtuiging niets waard te zijn, alles verkeerd te hebben gedaan en slechter te zijn dan ieder ander. Ook de hoop dat het nog goed kan komen zijn we kwijt. Daarom kan het Evangelie ons voorkomen als ongeloofwaardig. God zal nooit naar ons omzien. Dat zou inbeelding zijn. Dit kan ertoe leiden dat we ons van God afkeren, omdat de boodschap van hoop te zeer botst met onze wanhoop. (…) Depressie heeft niet altijd een negatief effect op het geloofsleven. Juist in tijden van depressie kan het geloof houvast bieden en behoeden voor diepe wanhoop en suïcide. Depressie kan ervoor zorgen dat we meer bezig zijn met wat echt belangrijk is in het leven’.

Hanna: „Voor mijn depressie had ik een positief godsbeeld. Ik was ook positief over het christelijke geloof. Maar toen ik antidepressiva ging slikken, vervlakte mijn gevoel. Luisteren in de kerk ging bijna niet meer. Het deed me allemaal weinig en soms irriteerde het me zelfs. Twijfels die door mijn depressie in mij opkwamen, waren een voedingsbodem om vraagtekens bij mezelf en mijn gevoelens op geloofsgebied te zetten. Ik kreeg een negatief godsbeeld en wist niet of ik wel of niet bekeerd was. Ik kreeg verkering en in de kerk van mijn vriend was veel oproep tot zelfonderzoek en ik vond geen grond. Alles waar ik houvast aan had, was verdwenen. Ik kon niet meer bidden en zingen en als ik in de Bijbel wilde lezen, kon ik soms maar één tekst lezen. De drang om bekeerd te worden was er, maar ik was te moe om er iets mee te doen. Ook was ik heel bang om te sterven. Een periode was ik bij het slapengaan bang om niet meer wakker te worden. Inmiddels gaat het langzaam wat beter. Ik schrijf mee in de kerk, waardoor ik me beter kan concentreren. Ook hoor ik de hoopvolle dingen weer in de kerk. Toch is de angst niet altijd weg, want ik kan niet benoemen of ik bekeerd ben.”

 

Johnny: „Wanneer het lichaam stilgezet wordt, de beleving verdwijnt, de concentratie weg is en de onrust toeneemt, lukt lezen, bidden en naar de kerk gaan niet meer. Hierdoor komt er nog een strijd op gang, want ik wil wel graag met geloofszaken bezig zijn. Het is bijzonder om mee te maken dat op momenten waarop ik niet meer weet hoe het moet, er soms ineens teksten van preken of stukjes die ik ooit las, in me naar boven komen. Het is heel wonderlijk om dat te ervaren en hierdoor werd ik op geestelijk gebied ook stilgezet. Figuurlijk. Het draait namelijk niet om wat ik wil, maar om de wil van de Heere. Ik moet niet zelf telkens aan het woord willen zijn, maar luisteren naar Hem. Als ik last heb van suïcidale gedachten die me influisteren dat het over is, worden er soms andere gedachten tegenover gezet. Dat is heel bijzonder. Gedachten van het kruis. Hij die geleden heeft, gestorven is en opgestaan is. Wat voor recht heb ik dan om de hand aan mezelf te slaan? Ook nu het slecht gaat, heb ik dat recht niet. Het kruis is het houvast in het niet opgeven van het leven. Het geeft kracht om zo goed als het lukt en kan door te gaan, waar ook heen. Al luisterend. Niet in eigen kracht en wil maar gestuurd en geleid door Hem. Ook al bemerk je dat niet altijd.”

 

De cursieve gedeeltes in het artikel zijn afkomstig uit het boek Wat depressie met je doet door Arie Jan de Lely