MennoMenno de Bruyne is voorlichter bij de SGP Tweede Kamerfractie. Op deze plek geeft hij een kijkje achter de schermen van het hof en het Binnenhof

Toen Geert Wilders het kabinet-Rutte liet vallen, dacht en zei iedereen: dat gaat de PVV stemmen kosten. Ome Geert zal bij de verkiezingen zeker de rekening gepresenteerd krijgen. Daarbij halen de broodetende profeten dan altijd een oude Haagse ‘wet’ aan: wie breekt betaalt.

Wie deze oude huisregel zó bezigt, gaat echter de fout in. Het ‘betalen’ in deze uitdrukking slaat namelijk helemaal niet op verkiezingsverlies voor de kabinetsbreker. Alsof de partij die een kabinet heeft laten vallen daarvoor altijd zou moeten boeten bij de stembus. Dat klopt wel eens, maar lang niet altijd.

Aan de hand van de tien na-oorlogse kabinetscrises en daarop volgende verkiezingsuitslagen is een mooi overzicht te maken. Zes keer ging de breker bij de verkiezingen inderdaad onderuit. Daar staat tegenover dat één keer het zetelaantal van de scheurmaker gelijk bleef, en in drie gevallen werd de breker door de kiezers zelfs beloond met stemmenwinst en werd er door de kiezers dus géén rekening vereffend.

De partij die na een geval van beentjelichterij het grootste pak slaag kreeg was de LPF in 2002. Maar liefst achttien in de min nadat de LPF-ministers en -Kamerleden elkaar de tent hadden uitgevochten. Breker LPF betaalde dus. Ook een forse smak maakte de KVP (een van de voorlopers van het CDA) in 1966. In de nacht van Schmelzer kwam de ‘eigen premier’ Cals ten val. De KVP moest dat bekopen met acht zetels minder, voor die tijd een gigantisch verlies. Tot zover ‘de breker betaalt’.

Maar in drie gevallen werd de breker beloond! Zoals in 1951. De partij die de stekker eruit trok was toen de VVD. Een conflict tussen VVD-fractievoorzitter Oud en de eigen minister van Buitenlandse Zaken Stikker deed het kabinet-Drees de das om. De verkiezingen (die overigens meer dan een jaar later plaatsvonden) leverden de VVD een zetel winst op.

Op ’t Binnenhof slaat ‘wie breekt betaalt’ dus niet op verkiezingsuitslagen.Waarop dan wel? Op het Binnenhof sloeg deze verpolitiekte stelregel veel meer op het repareren van een politieke breuk. Als een kabinet brak of er tijdens de kabinetsformatie een kink in de kabel kwam, moest de partij die de zaak in het honderd had laten lopen zélf proberen de kar weer op de rails te zetten. De brokkenmaker moest zelf de scherven maar lijmen, en de parlementaire geschiedenis levert mooie voorbeelden die aantonen dat het vaak zo ging, in ieder geval tot zo’n 50 jaar geleden.

Daarom werd er vaak gezegd, en op de keper beschouwd was dat veel beter: wie breekt, heelt. Het is net als in het gewone leven: wie een bord breekt, moet de brokstukken maar zien te lijmen. En anders maar een nieuw bord gaan kopen.